Durven dromen

Een duwtje in de rug


 

Een dromer, dat ben ik altijd al geweest en nu nog steeds. Durven daar in tegen, dat heb ik écht moeten leren.

 

Rond deze tijd van het jaar krijg ik steeds vragen van jonge mensen die met hun studiekeuze bezig zijn en opzoek gaan naar een antwoord op de vraag “wat ga je nu doen?”. Wanneer we vertrekken vanuit de vraag ‘waar droom je van?’ komen we vaak in een heel andere richting uit dan waar de student zich initieel op had gericht. De reden die hiervoor gegeven wordt luid dan meestal “maar dat ga ik niet kunnen”, of “dat is niet realistisch”, “daar zal ik wel niet goed genoeg voor zijn” en “volgens mij zal ik dan niet aan werk geraken of niet genoeg geld verdienen”. Deze dromen worden opzij geschoven omdat men niet durft. Dat niet durven door gebrek aan zelfvertrouwen, onvoldoende steun uit omgeving, …

 

Toch wil ik jongeren stimuleren om te durven dromen en te vertrekken vanuit iets wat hen écht passioneert. Omdat ik geloof dat wanneer je iets doet waar je hart wild van wordt, er altijd wel iets goeds uit komt.

 

Een dromer, dat was ik al als kind. Toen droomde ik ervan om met dieren te werken, liefst paarden en/of honden. Bij de vraag “wat wil je worden later?” antwoordde ik dan ook vaak “iets met dieren”. Als middelbare schoolstudent bleef ik een dromer maar was ik geen durver. Overtuigd dat ik niet goed genoeg was in bepaalde vakken om de richting te volgen die ik graag wou doen, laat staan hogere studies aanvatten begon ik stilletjes te vrezen voor mijn ‘dieren-droom’. Daar kwam echter verandering in toen er plots een leerkracht wél in mij begon te geloven.
Dit gebeurde aan het einde van het 4de middelbaar. Toen was ik 14 jaar en moest ik gaan beslissen of ik in een wetenschappelijke richting zou blijven of niet. Het algemene advies van de school was om een andere richting te kiezen na de examens. Bij overmaat van ramp miste ik enkele weken les door een knie-operatie vlak voor de examens. De wiskundeleraar verkondigde dat ik deze achterstand nooit zou kunnen inhalen. Ten slotte had ik sowieso al erg veel moeite met dat vak, laat staan zonder de laatste weken les. Zelf was ik echter nog niet klaar om op te geven, dus besloot ik aan zelfstudie te doen. Het handboek bood gelukkig voldoende uitleg en houvast en ik stortte mij volledig op de in te halen materie. Toen gebeurde het onverwachte. Ik behaalde, samen met dé wiskundeknobbel van de klas, de hoogste resultaten.

 

Nooit zal ik het oudercontact na die examenperiode vergeten. Mijn klastitularis, overigens diezelfde leerkracht wiskunde, zat stomverbaasd met mijn rapport in zijn handen. Ik zat tussen mijn ouders in, verwachtingsvol naar mijn leerkracht te kijken die uiteindelijk zei:
“Anaïs, als je dít kunt, dan kan jij iedere richting studeren die je wil. Jij kan later worden wat wil, daar moet niemand nog aan twijfelen.” Dat was het duwtje in de rug dat ik nodig had.

 

Hoewel ik nog vaak getwijfeld heb, en dat ook nu nog af en toe doe, is deze uitspraak mij altijd bij gebleven. Vanaf dat moment ben ik meer beginnen durven. Ik heb het aangedurfd om wetenschappen-talen te studeren, naar het buitenland te gaan, hogere studies aan te vatten en ja een eigen praktijk op te richten waar ik nu met paarden, honden en mensen werk. Een kinderdroom die nooit in vervulling was gegaan moest het enkel bij dromen zijn gebleven. Tot op heden zou ik mezelf nog steeds beschrijven als een echte dromer, maar ook een durver die zich heeft leren omringen door de juiste mensen die af en toe een duwtje in de rug geven.